
Naor aonlijding van ‘t motto van dees jaor emme wij ‘nun
botje gekocht. En zodasse in Berrege wete da we d”r aonkomme, emme
we ‘m mar ‘ne toepasselukke naom gegeve.
Veul groete van Monique Frijters

Naor aonlijding van ‘t motto van dees jaor emme wij ‘nun
botje gekocht. En zodasse in Berrege wete da we d”r aonkomme, emme
we ‘m mar ‘ne toepasselukke naom gegeve.
Veul groete van Monique Frijters
Het waargebeurde verhaol van de krabbenvanger van tullepetaonestad.
Opgetekend door de stadsverteller van Roosendaol in 1712.
Gevonden in de aller oudste archieven van het oude gemeentehuis van Roosendaol.
Doorverteld door Renska van Meer
Er was eens …. een smal maar heel mooi riviertje. Het had nog geen naam.
Het stroomde door een mooi groen landschap, met wat pieken en dalen en dat gebied had ook nog geen naam. Aan de oever van het riviertje bloeiden prachtige rozen in de zomer.
Op een dag kwamen er wat rond trekkende tullepetaonen (een soort gevogelte) over de omliggende pieken en dalen aangelopen, die het riviertje met de rozen zo mooi vonden, dat ze er wel een tijdje wilden blijven.
Ze bouwden er wat kippenhokken, zaaiden wat kippenvoer en begonnen er wat rond te scharrelen. Na een tijdje kregen ze wat kuikentjes, en die groeiden daar gezond op.
Er kwamen nog wat andere tullepetaonen langs, die het daar ook wel leuk vonden en zo groeide het aantal tullepetaontjes van lieverlee. Zo werd het al snel een heel dorpje.
Ze vonden dat ze een naam moesten verzinnen en na een dorpsberaad van de tullepetaonse opper hanen, werd de naam ” tullepetaonenstad-Roosendaol”.
Want het was zo’n mooi dal met rozen. En het riviertje??. Dat noemden ze de Vliet.
Zo woonden ze daar een tijdje heel gezellig met zijn allen, ze kaokelden er op los, gingen met de kippen op stok en broeiden daar hun eitjes uit. Kortom…een paradijsje op aarde…
Tot op een kwade dag….Er een paar krabben in de Vliet rond zwommen.
Dat was op zich niet zo erg geweest, als die krabben gewoon waren verder gezwommen.
Maar nee, van nature zijn krabben al heel eigenwijs en deze waren nog erger dan de gemiddelde krab. Dus wat deden die…ze klommen aan de kant en gingen rondscharrelen op het tullepetaonse grondgebied.
Nou hadden de tullepetaonen eerst geen erg in ze….Ze waren veel kleiner natuurlijk en maakten geen geluid, althans, het geluid dat ze misschien wel maakten, viel in het niet bij het gezellige getokkel van de tullepetaonen.
Maar omdat krabben nu eenmaal graag in de belangstelling staan en deze krabben vonden dat ze totaal geen aandacht kregen, gingen ze met hun scharen heel gemeen in de poten van de tullepetaonen bijten. En dat hadden ze nou niet moeten doen…
De tullepetaonen hadden op slag een hekel aan dit kruipende ongedierte en veegden ze weer terug de Vliet in. De krabben klommen er echter weer uit, begonnen opnieuw te bijten en werden er weer in geveegd. Zo ging dat een tijdje door…maar opeens zwommen de krabben weg, en de tullepetaonen dachten dat ze er vanaf waren.
Maar nee….Deze krabben gingen hun familie en andere handlangers halen en kwamen in groten getale terug. Ze waren zo jaloers op dit mooie dal van rozen en wilden het veroveren en de tullepetaonen verjagen. Dan konden ze er zelf gaan wonen.
Met duizenden klommen ze weer op de oevers van de vliet, vernielden de rozen, kropen tussen het kippenvoer, verstopten zich in de kippenhokken en beten naar de kuikentjes. Het was een ware plaag…..
Dit duurde zo een paar weken, de tullepetaonen werden er gek van.
Overal waar ze liepen, gleden ze uit over de krabben, iedere tullepetaonepoot zat vol lelijke beten en het stonk vreselijk naar krabbestront.
Dat kon zo niet langer doorgaan natuurlijk.
De tullepetaonse dorpsraad overlegde en overlegde, want wat was een afdoende oplossing om dit ongedierte te bestrijden. Een van de hanen had een prima idee.
Hij had gehoord van een krabbenvanger….Die had zo zijn eigen manier om krabbenplagen te bestrijden, maar hoe? Dat wist geen tullepetaon….Dat was een groot geheim.
De dorpsraad ging akkoord met het idee en ze benaderden de krabbenvanger.
En op een frisse februaridag kwam de krabbenvanger naar het dorp, hij vroeg om 100 zilverlingen en een bos rozen. Hij zei tegen de dorpsraad:” voor mij is geen zee te hoog, en geen rivier te diep…ik kan jullie van de krabben verlossen…” en zo kwamen ze overeen…
De zilverlingen kreeg hij vooruit betaald, de rozen zou hij na afloop krijgen als de klus geklaard was……. De krabbenvanger ging aan het werk.
Hij pakte een houten fluit uit zijn boezeroen en begon te lopen door de straatjes van Roosendaol, hij floot een zeemanslied op zijn fluit en het wonder gebeurde….
Uit alle spleten, kippenhokken en rozenstruiken kwamen de krabben aangeschuifeld….Ze gingen achter de krabbenvanger aan, die maar verder en verder liep.
Hij doorkruiste het hele dorp, vergat geen enkel straatje of steegje en de krabben, die in trance naar het zeemanslied luisterden, volgden hem zonder nadenken.
Hij liep van de morgen tot in de late avond en toen hij zeker wist dat alle krabben hem volgde, en er geen een meer achtergebleven was, liep hij fluitend het dorp uit…met de krabben achter zich aan…..nog heel lang hoorden de tullepetaonen in de verte het fluitconcert van de krabbenvanger en de schuifelende krabben…en ze verdwenen langzaam naar het westen… achter de pieken en dalen…..om nooit meer terug te keren….
Later, toen de krabbenvanger zijn beloofde rozen kwam opeisen, vertelde hij dat hij een drassig, beetje stinkend en eng donker stukje land had gevonden, ergens verder naar het westen, dichter bij de zee. Niemand wilde er wonen, dus daar heeft hij de krabben toen gedumpt. Ze voelden zich er gelijk thuis, want krabben houden nu eenmaal erg van drassig, donker en stank.
En tullepetaonenstad-Roosendaol? Dat is in de loop der eeuwen gegroeid en gegroeid…
Er wonen nu heel veel tullepetaontjes en de krabbenvanger wordt er nog steeds als held geëerd.
Zijn woorden” geen zee te hoog, geen rivier te diep” zijn voor de tullepetaonen een lijfspreuk geworden….Dat hoor je ze dan ook heel vaak zeggen…..zeker in februari als de krabbenvanger tijdens een telkens terugkomend, groots en heerlijk 4 daags feest, herdacht wordt.
Het schijnt dat de krabben zich er uiteindelijk ook bij neer hebben gelegd, dat de tullepetaonen slimmer waren en dat ze maar beter verder naar het westen en dichter bij de zee, hun eigen nederzetting konden bouwen. En uiteindelijk waren ze ook wel blij met hun eigen stekkie. En nog wat jaartjes later aapten ze de tullepetaonen zelfs na, en gingen ook zo’n 4 daags feestje vieren.
De tullepetaonen…ze leven nog lang en gelukkig….
Aldus opgetekend te Roosendaol, 11 november 2008.
Em ok dees jaor wir mun best gedaon van munne boom iets moois te maoken.
Vin zelluf da ut aordig gelukt is.
Tis wel wa vroeg mar ge kun alvast mar in de stemming raoken.
Wa maok ut uit, gin zee is t’oog!
Netje van de Kaai
